Category Archives for "zelf onderzoek doen"

Projectevaluatie: een checklist

projectevaluatie checklist

Projectevaluatie: een checklist

Eén van onze meest gelezen blogs gaat over de vragen die je moet stellen bij een procesevaluatie. Zo’n evaluatie is gericht op de manier waarop je werkt en samen (hebt) gewerkt. Maar bij de start van het project heb je ook vragen en tussentijds en/of na afloop van een project wil je de effecten inzichtelijk maken: Wat is de beginsituatie? Welke aannames doen we en kloppen deze wel? Is het doel bereikt? In hoeverre is de doelgroep bereikt? Wat zijn de succesfactoren van het project? En wat zijn verbeterpunten? Bij een projectevaluatie houdt je het resultaat tegen het licht. Met deze informatie kun je het project en/of toekomstige projecten verbeteren. Vragen die je kunt stellen tijdens de verschillende fases van het project:

Projectevaluatie fase 1: Bij de start van het project

  • Hoe ziet de doelgroep eruit?
  • Wat zijn de behoeften?
  • Wat zijn actuele ontwikkelingen waar je op in wilt spelen?
  • Wat zijn prioriteiten van stakeholders waar je rekening mee moet houden?
  • Wat is de beginsituatie?
  • Wat is de gewenste situatie en welke doelen vloeien hieruit voort?
  • Wat zijn leerpunten van vorige projecten?
  • Welk probleem wil je oplossen met het project?
  • Hoe doe je dat het beste?/Wat is het meest geschikte instrument?
  • Wat zijn de kansen/mogelijkheden, bedreigingen, sterktes en zwaktes? (SWOT)
projectevaluatie checklist


Projectevaluatie fase 2: Tussentijds

  • Wat is je doelbereik vergeleken met de beginsituatie? (onderzocht bij de start van
  • de regeling)
  • Welke effecten heeft het project tot nu toe?
  • Welke aanpassingen moet je doen om je doelen beter te bereiken?
  • Wat heb je tot nu toe geleerd van het project en waar kun je dat toepassen?

Projectevaluatie fase 3: Na afloop van het project

  • Wat is je doelbereik vergeleken met de beginsituatie en halverwege het project?
  • Welke effecten heeft het project?
  • Wat zijn succesfactoren van het project?
  • Wat heb je geleerd van het project (verbeterpunten) en waar kun je dat toepassen?

Beantwoord deze vragen binnen het projectteam, maar betrek ook andere partijen, zoals de doelgroep, samenwerkingspartners en andere stakeholders.

Keuze: kwalitatief onderzoek of kwantitatief onderzoek?

kwalitatief kwantitatief

Keuze: kwalitatief onderzoek of kwantitatief onderzoek?

In mijn vorige blog ‘Kwalitatief en kwantitatief onderzoek: Wat is wat?’ heb ik uitgelegd wat het verschil is tussen kwantitatief en kwalitatief onderzoek. In dit blog ga ik in op wat voor soort onderzoeksonderwerpen vragen om een kwalitatieve aanpak en welke juist een kwantitatieve aanpak vereisen.

kwalitatief kwantitatief

Wil je verandering in attitude/houding aan tonen naar aanleiding van een activiteit, project of programma? Wil je significante verschillen aantonen en kunnen generaliseren naar de massa? En wil je cijfermatige uitspraken kunnen doen over een bepaalde doelgroep? Dan past een kwantitatieve manier van onderzoek het beste.

Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwantitatief onderzoek beantwoord worden:

  • Wat is het effect van project X op doelgroep Y?
  • In hoeverre zijn bezoekers/deelnemers tevreden?
  • Verandert de houding t.o.v. onderwerp X bij doelgroep Y?

Heb je meer behoefte aan diepgaande informatie? Wil je weten wat de achterliggende gedachte is? En ben je op zoek naar motieven?  Dan is kwalitatief onderzoek de beste methode. Je wilt antwoorden op de Waarom? en Hoe? Vragen.

Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwalitatief onderzoek beantwoord worden:

  • Hoe kunnen we ons project verbeteren?
  • Waarom bezoeken mensen ons museum?
  • Hoe ervaren mensen een bezoek aan ons?

Kwalitatief onderzoek en kwantitatief onderzoek zijn niet per definitie op zichzelf staand. Soms vereist een onderzoeksvraag een mix van beide methoden, waarbij je wilt weten wat het effect is (zijn bezoekers tevreden?) én waarom dat zo is (waarom zijn zij tevreden?).

Wil je meer weten over kwalitatief en kwantitatief onderzoek in de praktijk? Kijk dan op deze pagina voor een aantal voorbeeldprojecten die wij recentelijk hebben uitgevoerd.

Welke schalen kun je gebruiken?

schalen

Welke schalen kun je gebruiken?

In vragenlijsten wordt vaak gebruik gemaakt van schalen om de mening van de respondenten te meten, maar ook om te kijken naar wat ze hebben gedaan. Maar ook bij observaties, logboeken, scheurkaartjes en in gesprekken kun je gebruik maken van schalen.

Welke schalen zijn er?

Er zijn een aantal verschillende schalen waar je gebruik van kunt maken en die allemaal net wat andere informatie geven.

  • 2 puntsschaal: ja/nee
  • 3 puntsschaal: veel/weinig/niet of ja/neutraal/nee
  • 4 puntsschaal: helemaal mee oneens/mee oneens/mee eens/helemaal mee eens
  • 5 puntsschaal: helemaal mee oneens/mee oneens/geen mening/mee eens/helemaal mee eens of 5 sterren (van heel erg ontevreden tot heel erg tevreden)
  • 10 puntsschaal: een rapportcijfer van 1 t/m 10

Voor welke schaal kies je?

  • Bij de 2 puntsschaal moeten de respondenten uitersten in vullen het is of ja of nee. Deze schaal geeft een heel duidelijk beeld er is geen middenweg. Soms vinden respondenten dit lastig, omdat mensen zich soms toch wat liever op de vlakte houden of wat meer nuance aan willen brengen. Gebruik deze schaal alleen als het gaat om een gemakkelijke wel of niet, zoals bij vragen naar gedrag: je hebt een museum wel of niet bezocht.
  • De 3 puntsschaal geeft de respondenten de kans om voor uitersten te kiezen, maar ook om neutraal te antwoorden. Wanneer er vaak neutraal geantwoord is, levert dit voor het onderzoek echter niet veel op. Gebruik ook deze schaal vooral bij het vragen naar gedrag: Hoe vaak drink je koffie? Niet – soms – elke dag
  • Bij de 4 puntsschaal is er geen ruimte om neutraal te antwoorden en moeten respondenten een keuze maken. Er kan wel wat nuance aangebracht worden, wat respondenten fijn vinden. Deze schaal gebruik je als je om een mening vraagt en je wilt dat ze kiezen.
  • Een andere optie bij stellingen naar de mening of houding is de 5 puntsschaal. Respondenten vinden deze schaal heel fijn omdat ze nuance aan kunnen brengen en er een midden is voor als ze niet kunnen of willen kiezen. Je kunt een schaal uitgebreider maken naar 7, maar dat geeft de illusie van meer onderscheid, terwijl je dat niet kunt duiden. Omdat deze schaal heel veel gebruikt wordt, begrijpen respondenten, maar ook de lezers van je onderzoek deze schaal. Met de vijfpuntsschaal kun je een scala aan stellingen voorleggen die gezamenlijk iets meten. Hiermee krijg je een goed beeld van de mening of houding van respondenten over een bepaald onderwerp. Bij het samenstellen van de stellingen moet je wel letten op validiteit en samenhang tussen je stellingen.
  • Bij de 10 puntsschaal is er een brede verdeling tussen zeer slecht en uitstekend en alles ertussen in. Iedereen is bekend met rapportcijfers, het nadeel is echter dat er wat interpretatieverschillen zitten in de details. Iedereen is het er mee eens dat tot en met 5 onvoldoende is, maar wat is het verschil tussen een 8 en een 9? Daarbij geven sommige mensen nooit een 10 omdat perfect niet bestaat, terwijl anderen een 10 geven als ze het erg goed vinden. Deze schaal geeft respondenten dus veel ruimte om nuance aan te geven, maar is lastig te interpreteren. Gebruik deze schaal alleen als je je rapportcijfer wilt vergelijken met rapportcijfers van een ander of van eerdere metingen. Vraag dan naar een algemeen rapportcijfer en vraag de verschillende onderdelen uit in een andere schaal.